Acht jaar geleden zei ik tijdens de voorstelling van Moules belges in het SMAK het volgende:
Een gedicht van Marcel Broodthaers uit Pense-Bête. Deze bundel verscheen in 1964, bijna veertig jaar geleden dus. Broodthaers was toen veertig. Ik was toen nog niet geboren. Poëzie verkoopt nauwelijks. Nu niet & toen niet. Vijftig onverkochte exemplaren van zijn bundel liet Broodthaers in gips gieten. Het was meteen zijn begrafenis als dichter. En zijn geboorte als beeldend kunstenaar. De in gips gegoten gedichten vielen niet langer te lezen. Niemand die er om maalde. Niemand die verontwaardigd de sculptuur aan diggelen gooide om de bundel te lezen, om te zien welke prachtteksten hem ontzegd werden. Jammer. Maar Marcel Broodthaers is gelukkig blijven dichten. Met beelden en objecten. En al vlug ook, met succes. Met Moules belges leg ik min of meer de omgekeerde weg af. Van beelden naar taal. Al wil ik beide polen zeker niet tegen elkaar uitspelen. Integendeel. Beelden en taal vinden elkaar - hoop ik - in beeld-spraak. Marcel Broodthaers maakte naar eigen zeggen de overstap naar de kunst om te slagen in het leven en iets te verkopen. Zijn ironische houding kwam toen erg fris over. Niets nuttigs doen - door bijvoorbeeld poëzie te schrijven - en nauwelijks wat verkopen, vind ik vandaag een verademing, een luxe en een lichte vorm van verzet. Misschien denk ik daar op mijn veertigste wel anders over. En natuurlijk hebben ik en Lannoo er allerminst wat op tegen mocht Moules belges wel wat verkopen. Geen gips houdt jullie tegen. Inmiddels ben ik 40 en doe ik nog altijd niets nuttigs. Domme domme Mossel. |